Integratievoorwaarden

Raad van State wil uitleg over ‘integratievoorwaarden’ in Europese gezinsherenigingsregels.

Begin april heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) in een zaak van mr. Dijkman prejudiciele vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over het vereiste inburgeringsexamen in het buitenland. Al jaren lang speelt de vraag of dit vereiste niet in strijd is met de EU-rechtelijke regelgeving. Eerder had de vreemdelingenkamer in Zwolle al vragen aan het Hof gesteld over hetzelfde onderwerp. Ook in die zaak was mr. Dijkman de advocaat. Uiteindelijk is het in deze laatste zaak niet tot een uitspraak gekomen omdat de IND alsnog een verblijfsvergunning verleende.

In de tussenuitspraak vraagt de ABRvS uitleg aan het Hof van Justitie van de EU uitleg met betrekking tot artikel 7 lid 2 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Deze bepaling biedt EU-lidstaten de mogelijkheid om een vorm van integratie te vragen voordat iemand in het kader van gezinshereniging wordt toegelaten. Het is echter nog niet duidelijk hoe streng die eisen mogen zijn. De ABRvS heeft nu het Hof gevraagd uit te leggen binnen welke kaders en grenzen inburgeringseisen mogen worden gesteld aan gezinsherenigers. Als het Hof de vragen heeft beantwoord zal moeten worden beoordeeld in hoeverre het inburgeringsexamen strijdig is met de bepaling uit de richtlijn.

2017-05-08T11:33:35+00:00