Wetsvoorstel: beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen

Op 16 april 2016 heeft de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen die tot doel heeft de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken. Dit wetsvoorstel wordt nu in de Eerste Kamer behandeld en naar verwachting zal ook de Eerste Kamer ermee akkoord gaan. De wet zal afhankelijk van de tijd die de Eerste Kamer nodig heeft om het wetsvoorstel te behandelen, 1 juli 2017 of 1 januari 2018 inwerking treden.

Wat verandert er met deze nieuwe wet?
De basisgedachte van het nieuwe huwelijksvermogensrecht is een beperkte gemeenschap van goederen: wat je samen tijdens het huwelijk opbouwt, is gemeenschappelijk, het overige vermogen blijft privé. De gemeenschap bestaat uit alle goederen en schulden die tijdens het huwelijk door de echtgenoten zijn verkregen. Dit is ten opzichte van de huidige wetgeving niet anders. De nieuwe wet kent echter twee uitzonderingen. Het voorhuwelijksvermogen, tenzij dit vermogen al in gezamenlijk eigendom was, en erfenissen en schenkingen. Deze uitzonderingen blijven privévermogen. Er ontstaan zo dus drie vermogens; een privévermogen van elk van de partijen en het gemeenschappelijk vermogen.

Voorhuwelijks vermogen
Een belangrijk verschil met de huidige wetgeving is dat in het wetsvoorstel is geregeld dat datgene wat je voor het huwelijk al hebt, van jou blijft. Dit geldt zowel voor bezittingen als voor schulden. Door het huwelijk kan je dus niet meer worden verrast met bijvoorbeeld een oude studieschuld van je echtgenoot/echtgenote. Dit is nu nog wel het geval.  Een uitzondering geldt voor het vermogen dat voorafgaand aan het huwelijk al van de partners samen was. Als zij bijvoorbeeld samen een woning hebben gekocht toen zij gingen samenwonen. Zowel de woning als de hypotheek komen terecht in de gemeenschap van goederen en bij ontbinding heeft elk van de partijen recht op de helft ervan.

Erfenissen en schenkingen
Niet in de gemeenschap komen erfenissen en schenkingen. Deze komen direct in het privévermogen van de verkrijgende partner terecht. Onder de huidige wet kunnen erfenissen en schenkingen ook uitgesloten worden van de gemeenschap. Dit dient te gebeuren door het opstellen van een uitsluitingsclausule. Deze clausule lijkt onder het nieuwe wetgeving niet meer nodig. Erfenissen en schenkingen komen direct en van rechtswege in het privévermogen van de verkrijgende partner terecht.

Wat betekent de nieuwe wet voor de praktijk?
Indien de huwelijksgoederengemeenschap wordt beëindigd, bijvoorbeeld door een echtscheiding, dient deze ontbonden te worden. De afwikkeling van een huwelijksgoederengemeenschap wordt met de invoering van de nieuwe wet ingewikkelder; er zijn namelijk drie gescheiden vermogens.

Deze gescheiden vermogens blijven alleen bestaan als goed wordt bijgehouden wat er met deze vermogens gebeurt. Als een van de partners bijvoorbeeld een bepaalt geldbedrag door een erfenis verkrijgt en dit bedrag vervolgens op de en/of rekening zet. Samen gaan partijen ervan op vakantie en leven zij ervan. In dat geval verwatert het afgescheiden vermogen. Alleen als de transacties die tijdens het huwelijk hebben plaatsgevonden goed zichtbaar zijn, kunnen de afzonderlijke vermogens goed in kaart worden gebracht. Partijen zullen dit met bewijs inzichtelijk moeten maken. Dit zal een hele klus kunnen worden. Als het blijkt dat het partijen niet lukt om de afzonderlijke vermogens goed inzichtelijk te maken, zal het tenslotte aan de rechter zijn om te beoordelen tot welk vermogen iets al dan niet behoort.

 

 

2017-06-29T09:19:42+00:00