FAQ items aan het laden...
Asielrecht2020-07-06T10:41:45+02:00

Asielrecht


Een asielzoeker heeft in Nederland recht op gratis rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Wet op de Rechtsbijstand en wordt georganiseerd door de Raad voor Rechtsbijstand. Voor aanvang van de procedure wordt er een advocaat toegewezen die de asielzoeker op de procedure voorbereidt, tijdens de procedure begeleidt en rechtsmiddelen instelt als dat nodig is. Het is ook mogelijk om een advocaat naar eigen keuze in te schakelen of om tijdens de procedure van advocaat te wisselen indien u dat om één of andere reden wenst.

Pieters Advocaten heeft jarenlange ervaring op het gebied van het asielrecht. Pieters Advocaten staat asielzoekers uit landen van de hele wereld bij, zoals Syrië, Somalië, Afghanistan, Irak en Venezuela en uit de zogenoemde ‘veilig land van herkomst’-landen, zoals Rusland, India en Jamaica.

Voor meer informatie klikt u op onderstaande gebieden.

Asielprocedure2020-08-04T16:54:35+02:00

De asielprocedure is neergelegd in de Vreemdelingenwet, het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire, die in overeenstemming moeten zijn met Europese richtlijnen en het Vluchtelingenverdrag.

De Algemene Asielprocedure (AA) duurt acht dagen. Alle proceshandelingen vinden plaats op één van de Aanmeldcentra. Voorafgaand aan de procedure wordt de asielzoeker door een advocaat voorbereid op de procedure.

De procedure ziet er als volgt uit:

  • Dag 1: Indiening aanvraag ingediend en eerste gehoor
  • Dag 2: Gesprek tussen de advocaat en de asielzoeker
  • Dag 3: Nader gehoor over de motieven van het asielverzoek
  • Dag 4: Opnieuw een gesprek met de advocaat om het gehoor na te bespreken
  • Dag 5: De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist over het asielverzoek (inwilliging of afwijzing)
  • Dag 6: Bij afwijzing, wordt er eerst een voornemen uitgebracht, waarop de advocaat namens de asielzoeker op ‘Dag 6’ een schriftelijke zienswijze mag geven
  • Dag 7: Definitieve besluit
  • Dag 8: Bij een negatief besluit, moet de advocaat uiterlijk de volgende dag beroep instellen bij de rechtbank

Dat beroep wordt binnen vier weken behandeld door de rechtbank en mag in Nederland worden afgewacht. Tegen een afwijzende beslissing van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

Het kan ook zijn dat er meer onderzoek nodig is om op het asielverzoek te beslissen, zoals documenten onderzoek of medisch onderzoek. In dat geval wordt de zaak doorverwezen naar de Verlengde Asielprocedure (VA) en is de beslistermijn zes maanden.

De asielverzoeken uit ‘veilige’ landen van herkomst worden in een verkorte procedure behandeld. Hier geldt een zwaardere bewijslast dan in de AA of VA: er moet worden bewezen waarom er wel vrees voor vervolging is, terwijl het land van herkomst als ‘veilig’ wordt beschouwd. Uitzondering hierop zijn bepaalde (minderheids)groepen.

Beoordeling IND2020-08-04T16:54:44+02:00

De IND beoordeelt eerst de geloofwaardigheid van de verklaringen om vervolgens de zwaarwegendheid van het asielverzoek te toetsen, dit doen zij op grond van Werkinstructie 2014/10.

Beoordeling geloofwaardigheid

Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid is het allereerst van belang dat de asielzoeker over voldoende documenten beschikt waarmee hij of zij zijn reisroute, identiteit en nationaliteit kan aantonen. Indien deze documenten er niet zijn, is het van belang om te proberen deze documenten zo snel mogelijk uit het land van herkomst te laten overkomen. Als dat niet gaat, moet daarvoor een goede verklaring zijn en moet het asielverhaal overtuigend zijn.

De IND onderzoekt of de asielzoeker geen tegenstrijdige verklaringen aflegt (consistent is) en of het verhaal gedetailleerd is. Soms is het voor een asielzoeker moeilijk het verhaal goed te vertellen, omdat hij of zij getraumatiseerd is door verschillende ervaringen. De advocaat kan dan door een arts van het Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek IMMO) laten vaststellen of de asielzoeker in staat was om zijn verhaal te doen. In sommige gevallen betekent dit dat de procedure moet worden uitgesteld totdat de asielzoeker tot rust is gekomen.

Voorts beoordeelt de IND of het vluchtverhaal overeenkomt met landeninformatie die over het betreffende land beschikbaar is. Voor dat doel worden er ambtsberichten opgesteld door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Advocaten halen hun informatie ook vaak uit andere bronnen, zoals Amnesty International, Human Rights Watch en UNHCR.

Beoordeling zwaarwegendheid

Als de IND de verklaringen van de asielzoeker geloofwaardig acht, wordt beoordeeld of er reden is om bescherming te verlenen op één van de gronden genoemd in het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Deze bescherming is tegen de autoriteiten van het land van herkomst, indien zij de daders van vervolging zijn, maar ook in het geval van medeburgers en andere actoren waartegen de overheid van het land van herkomst niet kan of wil optreden.

De hierboven genoemde gronden zijn onder te verdelen in:

  • Ras (etniciteit) of nationaliteit;
  • Godsdienst;
  • Politieke overtuiging;
  • Behoren tot een bepaalde sociale groep, zoals:
    • Vervolging vanwege seksuele oriëntatie en/of gender identiteit (SOGI);
    • Vervolging vanwege gender (bijvoorbeeld vrees voor besnijdenis of huiselijk geweld).
  •  (Subsidiaire) bescherming in situaties van:
    • Gegeneraliseerd geweld of ernstige verstoring van de openbare
Vluchtelingenstatus2020-08-04T16:55:05+02:00

Een vluchteling is iemand die zijn of haar land van herkomst ontvlucht vanwege een gegronde vrees voor vervolging en de overheid in eigen land kan of wil geen bescherming bieden tegen deze vervolging. De vervolging is gelinkt aan een of meerdere van de volgende gronden.

Vervolging vanwege etnische afkomst (de gronden ras en nationaliteit)

Het behoren tot een bepaalde etnische groep kan grond zijn voor vrees voor vervolging. Volgens het Nederlandse beleid wordt dit niet snel aangenomen. Wel wordt voor sommige groepen aangenomen dat zij minder bewijs hoeven te leveren dat zij bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar lopen: de kwetsbare minderheidsgroep.

Godsdienst (bekeerlingen)

Een religieuze overtuiging kan in bepaalde landen een reden voor vervolging zijn. Die aanleiding bestaat ook indien een persoon onvoldoende in staat is om uitdrukking te geven aan zijn religieuze overtuiging zonder te hoeven vrezen voor (ernstige) represailles. Bij bekeringszaken besteedt de IND veel aandacht aan de geloofwaardigheid van de bekering en kijkt daarbij zowel naar het proces van de bekering als de feitelijke kennis van de asielzoeker.

Politieke overtuiging

Vrees voor vervolging door de autoriteiten vanwege politieke activiteiten is een grond voor bescherming. Er kan ook een grond voor bescherming zijn als de asielzoeker in Nederland politiek actief is geworden en deze activiteiten bekend zijn bij de autoriteiten van het land van afkomst: réfugié sur place.

Behoren tot een bepaalde sociale groep: SOGI (LHBTIQ+) en vrouwen

In de Europese definitierichtlijn is neergelegd dat onder daden van vervolging ook zijn begrepen daden van genderspecifieke aard. Bovendien is in de Europese definitierichtlijn LHBTIQ+ als vervolgingsgrond opgenomen.Vrouwen kunnen diverse redenen hebben om te vluchten uit het land van herkomst, zoals eerwraak, (huiselijk en seksueel) geweld en besnijdenis. Dit kan zowel tijdens of buiten oorlogstijd zijn. Onder deze grond, vallen ook vrouwen die zich niet gedragen volgens, of zich niet houden aan de geldende normen in het land van herkomst en hierdoor een vrees voor vervolging hebben.

Herhaalde asielaanvragen (HASA)2020-08-04T16:55:14+02:00

Er kunnen zich soms goede redenen voordoen om een nieuw asielverzoek in te dienen, nadat een asielverzoek al is afgewezen en de asielzoeker is uitgeprocedeerd. Er moet dan sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden (nova), die eerder niet aan de orde konden komen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om nieuwe bewijsstukken die eerder niet beschikbaar waren, of om nieuwe ontwikkelingen in het land van herkomst of het land van toevlucht. Ook een wetswijziging of wijziging van beleid kan aanleiding zijn om een HASA in te dienen.

Artikel 1F Vluchtelingenverdrag2020-08-04T16:55:23+02:00

Pieters Advocaten houdt zich ook bezig met Artikel 1F-zaken. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag bepaalt dat een vluchteling kan worden uitgesloten van bescherming als hij of zij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen, oorlogsmisdrijven, of een ernstig, niet politiek misdrijf heeft begaan buiten het land van toevlucht en voordat de dader in Nederland asiel heeft aangevraagd. Of hiervan sprake is, is vaak onderwerp van discussie.

Opvang2020-08-04T16:55:30+02:00

Tijdens de asielprocedure heeft de asielzoeker recht op opvang. Als de aanvraag van de asielzoeker is afgewezen, houdt het recht op opvang vier weken na het nemen van de beslissing op. Het recht op opvang blijft bestaan als het beroep gegrond is verklaard, of de rechter een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de dreigende uitzetting heeft toegewezen.

De Nederlandse rechter heeft bepaald dat minderjarige kinderen en hun ouders niet uit de opvang mogen worden gezet. Gezinnen die uitgeprocedeerd zijn of hun procedure niet in Nederland mogen afwachten, kunnen worden opgevangen in een Gezinslocatie. Ook is door de rechter bepaald dat sommige kwetsbare personen recht kunnen hebben op een vorm van opvang.

Pieters Advocaten kan u bijstaan in zaken waarin onterecht geen (passende) opvang wordt geboden of deze wordt beëindigd.

Dublin2020-08-04T16:55:37+02:00

Europese landen hebben met elkaar afspraken gemaakt over de vraag welk land verantwoordelijk is voor een asielverzoek. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Dublin Verordening. Het land waar het asielverzoek wordt ingediend is echter niet altijd verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek, bijvoorbeeld in verband met humanitaire redenen of omdat het verantwoordelijke land zijn verplichtingen uit mensenrechtenverdragen niet nakomt.

Mensenhandel2020-08-04T16:55:48+02:00

Slachtoffers van mensenhandel, uitbuiting in de seksindustrie of uitbuiting als arbeidskracht komen voor de duur van de strafzaak in aanmerking voor een verblijfsvergunning als zij aangifte doen. Ook als zij geen aangifte doen, kunnen zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, met name als zij bereid zijn om een getuigenverklaring af te leggen. Na afloop van de strafzaak is het soms mogelijk om aanspraak te maken op voortgezet verblijf.

Procederen op het gebied van mensenhandel is een gespecialiseerd terrein. Het is daarom verstandig om hierin begeleiding te vragen van een gespecialiseerde advocaat. De advocaat kan u tevens begeleiden in de strafzaak en bij het vorderen van schadevergoeding. Pieters Advocaten kan u hierin bijstaan.

Medische problemen2020-08-04T16:55:55+02:00

Het is bijzonder moeilijk om in Nederland een verblijfsvergunning op medische gronden te krijgen, omdat onder andere de financiering van de medische behandeling geregeld dient te zijn, en er bijzondere redenen dienen te zijn om de medische behandeling in Nederland te laten plaatsvinden.

Toch kunnen medische problemen soms aanleiding vormen om uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet. Dit is het geval als de stopzetting van de behandeling leidt tot een medische noodsituatie en er in het land van herkomst geen behandeling mogelijk is. Als deze situatie zich na een jaar nog steeds voordoet, is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om in het bezit te komen van een verblijfsvergunning.

Gezinshereniging (nareis)2020-08-04T17:00:06+02:00

In de Gezinsherenigingsrichtlijn is aan personen met een verblijfsvergunning die afkomstig zijn van buiten de EU een subjectief recht op gezinshereniging neergelegd. Gezinsleden die binnen drie maanden nareizen, hebben een recht op gezinshereniging. In de nationale wetgeving zijn de voorwaarden neergelegd voor overkomst van gezinsleden die op een later tijdstip voor hereniging met de in Nederland verblijvende hoofdpersoon in aanmerking willen komen.

Belangrijke voorwaarden betreffen het bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), het bezit van een paspoort, het beschikken over voldoende middelen om in het levensonderhoud van het gezinslid te kunnen voorzien en de inburgeringseis. In bepaalde gevallen kan van deze voorwaarden worden afgeweken. De aanvraag voor gezinshereniging kan in het land van herkomst worden ingediend, maar ook door de referent in Nederland.

Voor advies en informatie kunt u contact opnemen met één van onze advocaten.

Verblijfsvergunning onbepaalde tijd2020-08-04T17:00:19+02:00

Een vreemdeling die vijf jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op asielgronden komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, mits hij het inburgeringsexamen of een daarmee gelijk te stellen diploma heeft behaald. De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan alleen worden afgewezen indien blijkt dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid, als de betrokkene een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid omdat hij een strafbaar feit heeft begaan, als er geen reden meer is om bescherming te verlenen, of als de betrokkene zich buiten Nederland heeft gevestigd.

Inburgering2020-08-04T17:00:28+02:00

Personen die in Nederland zijn toegelaten, zijn verplicht om in te burgeren. Dit houdt in dat binnen drie jaar mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau A2 dient te zijn behaald. Deze termijn kan worden verlengd indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet voldoen aan de inburgeringsplicht, of indien aantoonbaar een alfabetiseringscursus wordt of is gevolgd vóór het verstrijken van die termijn.

De inburgeringsplicht geldt alleen voor personen tussen de zestien en 65 jaar, en geldt niet voor leerplichtige personen. Er kan vrijstelling worden verleend, indien de inburgeringsplichtige heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen, of als is gebleken dat de inburgeringsplichtige ondanks aantoonbaar geleverde inspanningen redelijkerwijs niet aan de inburgeringsplicht kan voldoen.

Daarnaast geldt een inburgeringsplicht voor personen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland willen komen.

Naturalisatie2020-08-04T17:00:35+02:00

Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) zijn er kort samengevat drie wegen die leiden tot het Nederlanderschap. Bepaalde categorieën personen krijgen het Nederlanderschap van rechtswege (meestal bij geboorte), een andere groep personen kan het Nederlanderschap verkrijgen door het afleggen van een optieverklaring, en aan de laatste groep personen kan op aanvraag het Nederlanderschap worden verleend indien aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.

De aanvraag moet worden ingediend bij de gemeente, maar de beslissing wordt genomen bij Koninklijk Besluit. Hoofdregel is dat er sprake moet zijn van vijf jaar rechtmatig verblijf met een verblijfsvergunning die niet bedoeld is voor een tijdelijk doel. Eén van de voorwaarden is dat het bewijs wordt geleverd van de identiteit door overlegging van een origineel paspoort en gelegaliseerde geboorteakte. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er sprake is van bewijsnood, hetgeen over het algemeen lastig is aan te tonen.

Dienst Terugkeer en Vertrek2020-08-04T17:00:44+02:00

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) regisseert het vertrek van vreemdelingen die zijn uitgeprocedeerd. In dit kader worden er terugkeergesprekken gevoerd en vinden er presentaties plaats bij de Ambassades van het land van herkomst voor het aanvragen van reisdocumenten.

Vreemdelingenbewaring2020-08-04T17:00:52+02:00

Als een vreemdeling is uitgeprocedeerd en er een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, kan hij met het oog op uitzetting in bewaring worden gesteld. De rechtmatigheid van de bewaring wordt in eerste instantie getoetst door de rechter en kan daarna periodiek worden getoetst. De advocaat van de vreemdeling moet hiertoe het initiatief nemen door regelmatig beroep in te stellen.

De vreemdelingenbewaring duurt maximaal zes maanden, maar kan daarna nog eens met een jaar worden verlengd indien daar goede gronden voor zijn. Ook de verlenging van de bewaring kan worden getoetst. Bij het voortduren van de bewaring wordt vooral gekeken naar de vraag of er wel voldoende voortvarend aan de uitzetting wordt gewerkt.

De vreemdelingenbewaring mag geen doel op zich zijn, maar moet gericht zijn op de uitzetting zoals ook door het Europese Hof van Justitie is bevestigd. Er is veel kritiek op de wijze waarop de vreemdelingenbewaring in Nederland wordt toegepast. Die kritiek houdt vooral in dat de vreemdelingenbewaring te automatisch wordt toegepast, zonder na te gaan of er alternatieven zijn.

Inreisverbod2020-08-04T17:00:59+02:00

Als er een terugkeerbesluit wordt genomen, wordt er vaak ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. In bepaalde gevallen kan de duur van het inreisverbod langer zijn. Een inreisverbod wordt altijd opgelegd als er geen vertrektermijn wordt gegeven of indien de vertrektermijn is verstreken. Er kan worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod vanwege humanitaire of andere redenen.

In de volgende situaties wordt er geen inreisverbod opgelegd:

  • Aan onderdanen van de EU;
  • Als er uitstel van vertrek is verleend om medische redenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet;
  • Als er wordt beschikt over een verblijfsvergunning, afgegeven door een andere lidstaat;
  • Aan bepaalde categorieën vreemdelingen die in een kwetsbare positie verkeren, bijvoorbeeld vreemdelingen van wie de verblijfsvergunning niet langer dan twee jaar verlopen is, slachtoffers of getuigen van mensenhandel, huiselijk geweld of eergerelateerd geweld, in het buitenland achtergelaten echtgenoten of kinderen, vreemdelingen die in aanmerking komen voor een reguliere vergunning omdat zij buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten en minderjarigen.
  • Als een uitvaardiging van een inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM (het recht op gezinsleven) oplevert.

De ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst moet altijd onderzoeken of één van deze omstandigheden zich voordoet, waarbij de betrokkene ook gehoord moet worden over de redenen waarom van oplegging van een inreisverbod zou moeten worden afgezien.

Links asielrecht2020-05-25T11:30:58+02:00

Heeft u een vraag over dit rechtsgebied? Of wilt u een probleem aan ons voorleggen?

Stel geheel vrijblijvend uw vraag per email of via het contactformulier hieronder, dan nemen wij zo snel mogelijk contact met u op.

Tel: 030-2718855
E-mailadres: info@pietersadvocaten.nl