Asielrecht 2017-05-08T10:49:33+00:00

Asielrecht


Een asielzoeker heeft in Nederland recht op gratis rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Wet op de Rechtsbijstand en wordt georganiseerd door de Raad voor Rechtsbijstand. Voor aanvang van de procedure wordt er een advocaat toegewezen die de asielzoeker voorbereidt, tijdens de procedure begeleidt en rechtsmiddelen instelt als dat nodig is.

Voor meer informatie klikt u op onderstaande gebieden.

Rechtsbijstand 2017-03-21T15:42:36+00:00

Een asielzoeker heeft in Nederland recht op gratis rechtsbijstand. Dit is geregeld in de Wet op de Rechtsbijstand en wordt georganiseerd door de Raad voor Rechtsbijstand. Voor aanvang van de procedure wordt er een advocaat toegewezen die de asielzoeker op de procedure voorbereidt, tijdens de procedure begeleidt en rechtsmiddelen instelt als dat nodig is. Het is ook mogelijk om een advocaat naar eigen keuze in te schakelen of om tijdens de procedure van advocaat te wisselen indien u dat om één of andere reden wenst.

Asielprocedure 2017-03-21T15:46:25+00:00

De asielprocedure is neergelegd in de Vreemdelingenwet, het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire, die in overeenstemming moeten zijn met Europese richtlijnen. De standaard asielprocedure duurt acht werkdagen. Alle proceshandelingen vinden plaats op één van de Aanmeldcentra. Voorafgaand aan de procedure wordt de asielzoeker door een advocaat voorbereid op de procedure.

De procedure ziet er als volgt uit:
Op ‘Dag 1’ wordt de aanvraag ingediend en een eerste gehoor afgenomen;
Op ‘Dag 2’ is er een gesprek tussen de advocaat en de asielzoeker;
Op ‘Dag 3’ vindt er een nader gehoor plaats over de motieven van het asielverzoek;
Op ‘Dag 4’ is er opnieuw een gesprek met de advocaat om het interview na te bespreken;
Op ‘Dag 5’ beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst over de inwilliging of afwijzing van het asielverzoek.

Als het verzoek wordt afgewezen, wordt er eerst een voornemen uitgebracht, waarop de advocaat namens de asielzoeker op ‘Dag 6’ een schriftelijke zienswijze mag geven. Op ‘Dag 7’ wordt het definitieve besluit genomen. Als dat besluit negatief is, moet er uiterlijk de volgende dag beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Dat beroep wordt binnen vier weken behandeld door de rechtbank en mag in Nederland worden afgewacht. Tegen een afwijzende beslissing van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

Het kan ook zijn dat er meer onderzoek nodig is om op het asielverzoek te beslissen. Mogelijk moeten er documenten worden onderzocht of moet er medisch onderzoek  plaatsvinden. In dat geval wordt de zaak doorverwezen naar de Verlengde Asielprocedure (VA) en is de beslistermijn zes maanden.

Opvang 2017-03-21T15:48:14+00:00

Tijdens de asielprocedure heeft de asielzoeker recht op opvang. Als de aanvraag van de asielzoeker is afgewezen, houdt het recht op opvang vier weken na het nemen van de beslissing op. Het recht op opvang blijft bestaan als het beroep gegrond is verklaard, of de rechter een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de dreigende uitzetting heeft toegewezen.

De Nederlandse rechter heeft bepaald dat minderjarige kinderen en hun ouders niet uit de opvang mogen worden gezet. Gezinnen die uitgeprocedeerd zijn of hun procedure niet in Nederland mogen afwachten, kunnen worden opgevangen in een Gezinslocatie. Ook is door de rechter bepaald dat sommige kwetsbare personen recht kunnen hebben op een vorm van opvang. Er is vaak een advocaat nodig om dit af te dwingen.

Dublin 2017-03-21T15:50:04+00:00

Het land waar het asielverzoek wordt ingediend is niet altijd verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek, bijvoorbeeld in verband met humanitaire redenen of omdat het verantwoordelijke land zijn verplichtingen uit mensenrechtenverdragen niet nakomt. Europese landen hebben met elkaar afspraken gemaakt over de vraag welk land verantwoordelijk is voor een asielverzoek. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Dublin Verordening.

Beoordeling geloofwaardigheid 2017-03-21T15:55:43+00:00

De Immigratie- en Naturalisatiedienst let bij de beoordeling van een asielverzoek in eerste instantie op de geloofwaardigheid. Daarbij is allereerst van belang dat de asielzoeker over voldoende documenten beschikt waarmee hij of zij zijn reisroute, identiteit en nationaliteit kan aantonen. Indien deze documenten er niet zijn, is het van belang om te proberen deze documenten zo snel mogelijk uit het land van herkomst te laten overkomen. Als dat niet gaat, moet daarvoor een goede verklaring zijn en moet het asielverhaal overtuigend zijn.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst onderzoekt of de asielzoeker geen tegenstrijdige verklaringen aflegt en of het verhaal gedetailleerd is. Soms is het voor een asielzoeker moeilijk het verhaal goed te vertellen, omdat hij of zij getraumatiseerd is door verschillende ervaringen. De advocaat kan dan door een arts van het IMMO (Instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek) laten vaststellen of de asielzoeker in staat was om zijn verhaal te doen. In sommige gevallen betekent dit dat de procedure moet worden uitgesteld totdat de asielzoeker tot rust is gekomen.

Voorts beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst of het vluchtverhaal overeenkomt met landeninformatie die over het betreffende land beschikbaar is. Voor dat doel worden er ambtsberichten opgesteld door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Advocaten halen hun informatie ook vaak uit andere bronnen, zoals Amnesty International, Human Rights Watch en de UNHCR.

Beoordeling zwaarwegendheid 2017-03-21T15:56:59+00:00

Als de Immigratie- en Naturalisatiedienst geloof hecht aan de verklaringen van de asielzoeker, wordt beoordeeld of er reden is om bescherming te verlenen op één van de gronden genoemd in het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Deze gronden zijn uitgewerkt in een Europese richtlijn en vervolgens geïmplementeerd in de Nederlandse Vreemdelingenwet.

Kort samengevat kunnen de volgende gronden aanleiding vormen voor een recht op bescherming:
• Vervolging vanwege politieke activiteiten;
• Vervolging vanwege religie;
• Vervolging vanwege etnische afkomst;
• Vervolging vanwege seksuele geaardheid;
• Vervolging vanwege gender (bijvoorbeeld vrees voor besnijdenis of huiselijk geweld);
• Ernstig (oorlogs)geweld gericht tegen burgers.

Politieke activiteiten 2017-03-21T15:58:44+00:00

Het spreekt voor zich dat vrees voor vervolging door de autoriteiten vanwege politieke activiteiten een grond is voor bescherming. Er kan ook een grond voor bescherming zijn als de asielzoeker in Nederland politiek actief is geworden en zijn activiteiten bekend zijn bij de autoriteiten van zijn land van afkomst. In dat geval spreekt men ook wel van een ‘refugee sur place’.

Religie / bekeerde christenen 2017-03-21T16:00:32+00:00

Een religieuze overtuiging kan in bepaalde landen een reden zijn voor de autoriteiten om personen te vervolgen. Soms vormt de overtuiging een aanleiding voor medeburgers om iemand te vervolgen en wordt daartegen door de overheid in het land van herkomst onvoldoende opgetreden. Ook dan is er aanleiding om bescherming te verlenen. Die aanleiding bestaat ook indien een persoon onvoldoende in staat is om uitdrukking te geven aan zijn religieuze overtuiging zonder te hoeven vrezen voor (ernstige) represailles.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst besteedt in dit soort zaken veel aandacht aan de geloofwaardigheid van de bekering en kijkt daarbij zowel naar het proces van de bekering als de feitelijke kennis van de asielzoeker.

Vervolging vanwege etnische afkomst 2017-02-28T15:53:38+00:00

In sommige landen kan het behoren tot een bepaalde etnische groep aanleiding vormen voor vrees voor vervolging. In het Nederlandse beleid wordt niet snel aangenomen dat het behoren tot een bepaalde bevolkingsgroep op zichzelf al reden is om aan te nemen dat iemand gevaar loopt. Wel wordt voor sommige groepen aangenomen dat zij minder bewijs hoeven te leveren dat zij bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar lopen, omdat zij tot een bepaalde bevolkingsgroep behoren.

Vrouwen 2017-02-28T16:04:06+00:00

Vrouwen kunnen diverse redenen hebben om te vluchten uit het land van herkomst. Zij kunnen bijvoorbeeld vrezen voor eerwraak, huiselijk geweld of besnijdenis. Het komt vaak voor dat vrouwen in een oorlog doelwit zijn van geweld en verkrachting. Vrouwen zijn niet apart benoemd in het Vluchtelingenverdrag, maar dit neemt niet weg dat vrouwen in bepaalde gevallen aanspraak kunnen maken op vluchtelingrechtelijke bescherming. In de Europese definitierichtlijn is neergelegd dat onder daden van vervolging ook zijn begrepen daden van genderspecifieke aard.

Homoseksuelen/LHBT 2017-02-28T16:07:12+00:00

Hoewel homoseksualiteit niet als vervolgingsgrond in het Vluchtelingenverdrag is opgenomen, is inmiddels algemeen aanvaard dat vervolging vanwege homoseksualiteit een grond kan vormen om bescherming te verlenen. Homoseksualiteit is dan ook als vervolgingsgrond opgenomen in de Definitierichtlijn, waarin Europese landen in richtlijnen met elkaar hebben afgesproken hoe asielverzoeken inhoudelijk moeten worden beoordeeld.

Somalië 2017-02-28T16:08:53+00:00

Al jarenlang komen er in Nederland veel asielzoekers uit Somalië vanwege de instabiele situatie in dat land. Er is een tijd geweest dat vrijwel alle Somalische asielzoekers voor bescherming in aanmerking kwamen. Hoewel de situatie in Somalië voor veel mensen nog steeds zeer onveilig is, is het in het Nederlandse beleid al lang niet meer vanzelfsprekend dat asielzoekers uit Somalië bescherming krijgen. Toch zijn er veel mensen uit Somalië die niet veilig kunnen terugkeren. Het Nederlandse beleid is onderwerp van internationale kritiek. Zo heeft Human Rights Watch in februari 2013 de Nederlandse overheid opgeroepen geen Somaliërs uit te zetten. De jurisprudentie in Somalische zaken is voortdurend in beweging.

Irak 2017-02-28T16:13:05+00:00

Er is al jarenlang een grote vluchtelingenstroom vanuit Irak. Problemen waarmee Irakese asielzoekers te maken kunnen krijgen zijn bijvoorbeeld vrees voor geweld vanwege samenwerking met Westerse organisaties of vrees voor eerwraak. Ook het behoren tot een bepaalde etnische groep kan reden zijn om te vrezen voor vervolging.

Iran 2017-03-02T10:10:53+00:00

Asielzoekers uit Iran hebben vaak te maken met vervolging vanwege hun religie. Ook andere problemen kunnen de oorzaak zijn van hun vlucht uit het land van herkomst. Zo kunnen vrouwen vrezen voor eerwraak of vrezen politieke vluchtelingen vanwege hun activiteiten in het land van herkomst of het land waarnaar zij gevlucht zijn. Het is bekend dat de Iraanse autoriteiten de activiteiten van hun onderdanen monitoren op internet.

Afghanistan 2017-03-02T10:13:50+00:00

Een groot deel van de asielzoekers komt uit Afghanistan. Redenen om te vluchten kunnen zijn gelegen in religieus geweld of geweld dat zich voordoet tussen etnische groepen. Daarnaast zijn er vrouwen die vluchten, omdat zij problemen krijgen vanwege hun westerse levensstijl. Ook homoseksuelen uit Afghanistan kunnen worden geconfronteerd met ernstige problemen.

Syrië 2017-03-21T16:12:22+00:00

Vanwege het ernstige geweld in Syrië, dat nog steeds voortduurt, komen burgers uit Syrië in principe in aanmerking voor bescherming vanwege de slechte veiligheidssituatie aldaar, tenzij zij worden beschouwd als een actieve aanhanger van het huidige regime of er andere redenen zijn om bescherming te weigeren. Klik hier voor meer informatie.

Mensenhandel 2017-03-21T16:16:55+00:00

Slachtoffers van mensenhandel, uitbuiting in de seksindustrie of uitbuiting als arbeidskracht komen voor de duur van de strafzaak in aanmerking voor een verblijfsvergunning als zij aangifte doen. Ook als zij geen aangifte doen, kunnen zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, met name als zij bereid zijn om een getuigenverklaring af te leggen. Na afloop van de strafzaak is het soms mogelijk om aanspraak te maken op voortgezet verblijf.

Aangezien mensenhandel een gespecialiseerd terrein is, is het verstandig om hierin begeleiding te vragen van een gespecialiseerde advocaat. De advocaat kan u tevens begeleiden in de strafzaak en bij het vorderen van schadevergoeding. Pieters Advocaten beschikt over advocaten die in deze terreinen zijn gespecialiseerd.

Artikel 1F Vluchtelingenverdrag 2017-03-21T16:31:26+00:00

Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag bepaalt dat een vluchteling kan worden uitgesloten van bescherming als hij of zij zich schuldig heeft gemaakt aan mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Ook indien iemand een ernstig, niet politiek misdrijf heeft begaan buiten het land van toevlucht kan hij worden uitgesloten van bescherming. Of hiervan sprake is, is vaak onderwerp van discussie, omdat personen die op één of andere wijze werkzaam zijn geweest voor een misdadig regime hieronder ook vaak worden begrepen.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst baseert zich vaak op ambtsberichten waaruit zou blijken dat mensenrechtenschendingen algemeen bekend zouden zijn geweest. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘knowing participation’ en is bijvoorbeeld vaak tegengeworpen aan medewerkers van de KHAD/WAD. Het is echter de vraag of men destijds heeft kunnen weten wat er zich tijdens dit regime afspeelde.

Herhaalde asielaanvragen 2017-03-21T16:33:41+00:00

Er kunnen zich soms goede redenen voordoen om een nieuw asielverzoek in te dienen, nadat een asielverzoek al is afgewezen en de asielzoeker is uitgeprocedeerd. Er moeten dan wel nieuwe feiten en omstandigheden zijn, die eerder niet aan de orde konden komen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om nieuwe bewijsstukken die eerder niet beschikbaar waren, of om nieuwe ontwikkelingen in het land van herkomst of het land van toevlucht.

Ook een wetswijziging of wijziging van beleid kan aanleiding zijn om een herhaalde asielaanvraag (HASA) in te dienen. Mocht u van mening zijn dat een dergelijke situatie zich voordoet, dan kunt u contact met ons opnemen voor een gesprek over de mogelijkheden van een HASA.

Medische problemen 2017-03-02T10:46:28+00:00

Het is bijzonder moeilijk om in Nederland een verblijfsvergunning op medische gronden te krijgen, omdat onder andere de financiering van de medische behandeling geregeld dient te zijn, en er bijzondere redenen dienen te zijn om de medische behandeling in Nederland te laten plaatsvinden.

Toch kunnen medische problemen soms aanleiding vormen om uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet. Dit is het geval als de stopzetting van de behandeling leidt tot een medische noodsituatie en er in het land van herkomst geen behandeling mogelijk is. Als deze situatie zich na een jaar nog steeds voordoet, is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om in het bezit te komen van een verblijfsvergunning.

Gezinshereniging (nareis) 2017-03-21T16:35:33+00:00

In de Gezinsherenigingsrichtlijn is aan personen met een verblijfsvergunning die afkomstig zijn van buiten de EU een subjectief recht op gezinshereniging neergelegd. Gezinsleden die binnen drie maanden nareizen, hebben een recht op gezinshereniging. In de nationale wetgeving zijn de voorwaarden neergelegd voor overkomst van gezinsleden die op een later tijdstip voor hereniging met de in Nederland verblijvende hoofdpersoon in aanmerking willen komen.

Belangrijke voorwaarden betreffen het bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), het bezit van een paspoort, het beschikken over voldoende middelen om in het levensonderhoud van het gezinslid te kunnen voorzien en de inburgeringseis. In bepaalde gevallen kan van deze voorwaarden worden afgeweken. De aanvraag voor gezinshereniging kan in het land van herkomst worden ingediend, maar ook door de referent in Nederland.

Voor advies en informatie kunt u contact opnemen met één van onze advocaten.

Verblijfsvergunning onbepaalde tijd 2017-03-02T10:54:44+00:00

Een vreemdeling die vijf jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op asielgronden komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, mits hij het inburgeringsexamen of een daarmee gelijk te stellen diploma heeft behaald. De aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan alleen worden afgewezen indien blijkt dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid, als de betrokkene een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid omdat hij een strafbaar feit heeft begaan, als er geen reden meer is om bescherming te verlenen, of als de betrokkene zich buiten Nederland heeft gevestigd.

Inburgering 2017-03-21T16:38:02+00:00

Personen die in Nederland zijn toegelaten, zijn verplicht om in te burgeren. Dit houdt in dat binnen drie jaar mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau A2 dient te zijn behaald. Deze termijn kan worden verlengd indien de inburgeringsplichtige aannemelijk maakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet voldoen aan de inburgeringsplicht, of indien aantoonbaar een alfabetiseringscursus wordt of is gevolgd vóór het verstrijken van die termijn.

De inburgeringsplicht geldt alleen voor personen tussen de zestien en 65 jaar, en geldt niet voor leerplichtige personen. Er kan vrijstelling worden verleend, indien de inburgeringsplichtige heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen, of als is gebleken dat de inburgeringsplichtige ondanks aantoonbaar geleverde inspanningen redelijkerwijs niet aan de inburgeringsplicht kan voldoen.

Daarnaast geldt een inburgeringsplicht voor personen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland willen komen.

Naturalisatie 2017-03-02T11:24:24+00:00

Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) zijn er kort samengevat drie wegen die leiden tot het Nederlanderschap. Bepaalde categorieën personen krijgen het Nederlanderschap van rechtswege (meestal bij geboorte), een andere groep personen kan het Nederlanderschap verkrijgen door het afleggen van een optieverklaring, en aan de laatste groep personen kan op aanvraag het Nederlanderschap worden verleend indien aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.

De aanvraag moet worden ingediend bij de gemeente, maar de beslissing wordt genomen bij Koninklijk Besluit. Hoofdregel is dat er sprake moet zijn van vijf jaar rechtmatig verblijf met een verblijfsvergunning die niet bedoeld is voor een tijdelijk doel. Eén van de voorwaarden is dat het bewijs wordt geleverd van de identiteit door overlegging van een origineel paspoort en gelegaliseerde geboorteakte. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er sprake is van bewijsnood, hetgeen over het algemeen lastig is aan te tonen.

Dienst Terugkeer en Vertrek 2017-03-02T11:25:34+00:00

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) regisseert het vertrek van vreemdelingen die zijn uitgeprocedeerd. In dit kader worden er terugkeergesprekken gevoerd en vinden er presentaties plaats bij de Ambassades van het land van herkomst voor het aanvragen van reisdocumenten.

Vreemdelingenbewaring 2017-03-02T11:32:20+00:00

Als een vreemdeling is uitgeprocedeerd en er een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, kan hij met het oog op uitzetting in bewaring worden gesteld. De rechtmatigheid van de bewaring wordt in eerste instantie getoetst door de rechter en kan daarna periodiek worden getoetst. De advocaat van de vreemdeling moet hiertoe het initiatief nemen door regelmatig beroep in te stellen.

De vreemdelingenbewaring duurt maximaal zes maanden, maar kan daarna nog eens met een jaar worden verlengd indien daar goede gronden voor zijn. Ook de verlenging van de bewaring kan worden getoetst. Bij het voortduren van de bewaring wordt vooral gekeken naar de vraag of er wel voldoende voortvarend aan de uitzetting wordt gewerkt.

De vreemdelingenbewaring mag geen doel op zich zijn, maar moet gericht zijn op de uitzetting zoals ook door het Europese Hof van Justitie is bevestigd. Er is veel kritiek op de wijze waarop de vreemdelingenbewaring in Nederland wordt toegepast. Die kritiek houdt vooral in dat de vreemdelingenbewaring te automatisch wordt toegepast, zonder na te gaan of er alternatieven zijn.

Inreisverbod 2017-03-21T16:42:27+00:00

Als er een terugkeerbesluit wordt genomen, wordt er vaak ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. In bepaalde gevallen kan de duur van het inreisverbod langer zijn. Een inreisverbod wordt altijd opgelegd als er geen vertrektermijn wordt gegeven of indien de vertrektermijn is verstreken. Er kan worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod vanwege humanitaire of andere redenen.

In de volgende situaties wordt er geen inreisverbod opgelegd:
• Aan onderdanen van de EU;
• Als er uitstel van vertrek is verleend om medische redenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet;
• Als er wordt beschikt over een verblijfsvergunning, afgegeven door een andere lidstaat;
• Aan bepaalde categorieën vreemdelingen die in een kwetsbare positie verkeren, bijvoorbeeld vreemdelingen van wie de verblijfsvergunning niet langer dan twee jaar verlopen is, slachtoffers of getuigen van mensenhandel, huiselijk geweld of eergerelateerd geweld, in het buitenland achtergelaten echtgenoten of kinderen, vreemdelingen die in aanmerking komen voor een reguliere vergunning omdat zij buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten en minderjarigen.
• Als een uitvaardiging van een inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM (het recht op gezinsleven) oplevert.

De ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst moet altijd onderzoeken of één van deze omstandigheden zich voordoet, waarbij de betrokkene ook gehoord moet worden over de redenen waarom van oplegging van een inreisverbod zou moeten worden afgezien.

Links asielrecht 2017-02-24T13:14:51+00:00